Medezeggenschap

De scholen van de vereniging GSG PO hebben als uitgangspunt een algemeen opvoedingsdoel:

“De kinderen toerusten tot zelfstandig functionerende volwassenen, die God naar Zijn woord willen dienen en hun gaven ontwikkelen en gebruiken tot eer van God en tot heil van de naaste en de leefomgeving, in alle levensverbanden waar God hen plaatst”.

Dit opvoedingsdoel is alleen realiseerbaar als de betrokken partijen van de verenging goed samen­werken en elkaar informeren. De betrokken partijen zijn:

  • Ouders
  • Oudergeleding in Afdelingsbestuur en LMR (= locale medezeggenschapsraad)
  • Schoolteam
  • Locatie Directeur
  • Algemeen Directeur
  • Centraal Bestuur
  • BMR (bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad)

Elke partij heeft zijn verantwoordelijkheden en bevoegdheden, zo ook de medezeggenschapsraden. Deze zijn vastgelegd in de eigen gemaakte afspraken, in onder andere het “Mede­zeggen­schaps­statuut en Reglementen”. De basis van die afspraken en regels liggen vast in de “Wet Medezeggen­schap” (WMS).

Waarom medezeggenschap?
Waarom een LMR en BMR als er al vertegenwoordiging van ouders is in het Afdelingsbestuur?
Sinds de fusie met de huidige schoolbesturen (11 Groningse en 9 Friese scholen) is het plaatselijke bestuur geen bevoegd gezag meer. De beslissingsbevoegdheden, het bevoegd gezag, ligt sinds 1 januari 2010 bij de Algemeen Directeur. Daarbij zijn veel verantwoordelijkheden, door het Centraal Bestuur, gedelegeerd aan de Algemeen Directeur van de 20 scholen van VGPO de Overdracht en VGPO Fryslân.
Het beoordelen van beleidsvoorstellen en/of -wijzigingen aangaande de scholen en tevens toezicht op de uitvoering van dit beleid zijn hoofdactiviteiten van de BMR. Betrokken partijen (personeel & ouders) krijgen medezeggenschap over het uit te voeren beleid. Naast deze praktische rechtvaardiging is er een juridische rechtvaardiging, namelijk de “Wet Medezeggenschap Onderwijs 1992″ (WMO) die het instellen van een MR verplicht stelt. Deze wet is per 1 januari 2007 gewijzigd in een nieuwe wet de “WMS”. Deze is van kracht per 1 augustus 2007.

Wie zitten in de LMR en BMR?
De LMR van een school bestaat maximaal uit 4 leden. Wettelijk is vastgelegd dat de helft hiervan bestaat uit een oudergeleding en de andere helft uit personeel. Namens de ouders zitten Petra Vening en Karina van der Meer in de LMR. Namens het personeel zitten Mirjam Duker en Marieke Nieuwenhuis in de LMR. Omdat de scholen binnen de vereniging bestuurd worden door een Centraal Bestuur is er op dat niveau een BMR.
Per 1 januari bestaat de BMR uit vier ouders en vier leerkrachten, met ondersteuning van een ambtelijk secretaris.
Hiervan zijn er uit het deel van VGPO de Overdracht en uit het deel van VGPO Fryslân een evenredig aantal vertegenwoordigd.

Contact: Contactpersoon LMR, mw. P. Vening, tel. 050-5276558

Waar houden de LMR en BMR zich mee bezig?
De LMR overlegt met de Locatiedirecteur en het Afdelingbestuur over belangrijke schoolzaken, zoals:

  • de besteding van geld en beheer van gebouwen
  • de manier waarop ouders kunnen meehelpen in het onderwijs en bij andere activiteiten
  • verandering van onderwijskundige doelstellingen van de school
  • vaststellen van het Schoolplan
  • vaststellen van de Schoolgids
  • aanstellen van personeel

In bovengenoemde zaken heeft de LMR een aantal rechten:

  • het instemmingsrecht
  • het adviesrecht
  • het recht zelf initiatieven te nemen en voorstellen te doen

In de WMS, maar ook in het eigen LMR-reglement, zijn die rechten en bevoegdheden van de LMR vastgelegd. Daarin is ook afgesproken welke en met welke bevoegdheid zaken in de BMR en LMR behandeld worden.
De BMR behandelt alleen zaken die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle aangesloten scholen. Een voorstel dat betrekking heeft op een school zal niet in de BMR worden behandeld. De LMR van de betrokken school zal over dat voorstel een besluit tot instemming nemen of een advies geven.
Voor een efficiënte besluitvorming betekent het dat voor schooloverstijgende zaken geen advies of instemming aan een LMR gevraagd hoeft te worden.